ECLI:NL:RBNNE:2018:3301
Rechtbank Noord-Nederland
- Bodemzaak
- P.G. Wijtsma
- K. Wentholt
- R.B. Maring
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gebruik dienstauto voor vervoer diensthond woon-werkverkeer niet onrechtmatig
Eiser, werkzaam als hondengeleider bij de politie, maakte bezwaar tegen het besluit van verweerder om per 1 januari 2018 het gebruik van een dienstauto voor het vervoer van de diensthond van huis naar werkplek te beëindigen. De rechtbank stelde vast dat de reis tussen woning en werkplek geen arbeidsplaats is in de zin van de Arbowet en dat de diensthond tijdens het woon-werkverkeer geen arbeidsmiddel vormt.
De rechtbank oordeelde dat het besluit een regulering van het eigendomsrecht betreft, voorzien bij wet en gerechtvaardigd door een algemeen belang, namelijk efficiënt en financieel verantwoord wagenparkbeheer. Er is een ruime overgangstermijn geboden en compensatie in de vorm van hogere reiskostenvergoeding en vervoersvoorzieningen.
Ook de vermeende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer door het gebruik van de privéauto werd als proportioneel beoordeeld. De belangenafweging toonde aan dat het besluit niet leidt tot een ontoelaatbare inbreuk op de rechten van eiser. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om het gebruik van de dienstauto voor het vervoer van de diensthond voor woon-werkverkeer te beëindigen wordt ongegrond verklaard.