Uitspraak
OVERWEGINGEN
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
a. gedurende het jaar 2015 100% van de maandelijkse fiscale bijtelling,
b. gedurende het jaar 2016 75% van de maandelijkse fiscale bijtelling,
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam bij de politie, maakte privé gebruik van een dienstauto op basis van een eerdere regeling. De korpschef stelde nieuw beleid in dat privégebruik van dienstauto's niet langer toestaat, met een overgangsregeling voor bestaande gebruikers.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van de korpschef om het privégebruik te beëindigen ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het nieuwe beleid niet kennelijk onredelijk is en dat de korpschef bevoegd was het beleid te wijzigen.
De Raad oordeelt dat er geen onvoorwaardelijke toezegging was dat appellant het privégebruik mocht voortzetten en dat de geboden overgangsperiode en financiële compensatie redelijk zijn. Ook is geen schending van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM vastgesteld, omdat de inmenging in het eigendomsrecht gerechtvaardigd is.
Het hoger beroep wordt verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het privégebruik van de dienstauto wordt beëindigd met inachtneming van de overgangsregeling.