ECLI:NL:CRVB:2016:3872
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand op grond van kostendelersnorm niet in strijd met eigendomsrecht
Appellante ontvangt bijstand en woont in haar eigen woning samen met haar broer, die een WAO-uitkering ontvangt. Het college heeft de bijstand van appellante verlaagd op grond van de kostendelersnorm uit artikel 22a van de Participatiewet, omdat zij samenwoont en kosten deelt met haar broer.
Appellante betoogt dat deze verlaging in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM, omdat zij hierdoor in ernstige financiële problemen is gekomen en de verlaging disproportioneel is. De Raad toetst of de inmenging in het eigendomsrecht bij wet is voorzien, een legitiem doel dient en proportioneel is.
De Raad oordeelt dat de verlaging bij wet is voorzien en een legitiem algemeen belang dient, namelijk het rekening houden met gedeelde kosten bij samenwoning. De door appellante aangevoerde financiële situatie is onvoldoende onderbouwd om te concluderen dat sprake is van een buitensporige last. Ook is het gezamenlijke inkomen van appellante en haar broer hoger dan de bijstandsnorm voor gehuwden.
Daarom leidt de verlaging niet tot een schending van het eigendomsrecht. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand op grond van de kostendelersnorm is proportioneel en niet in strijd met het eigendomsrecht.