ECLI:NL:RBNNE:2018:3302
Rechtbank Noord-Nederland
- Bodemzaak
- P.G. Wijtsma
- K. Wentholt
- R.B. Maring
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gebruik dienstauto voor vervoer diensthond woon-werkverkeer niet onrechtmatig
Eiser, werkzaam als hondengeleider bij de politie, maakte bezwaar tegen het besluit van verweerder om per 1 januari 2018 het gebruik van een dienstauto voor het vervoer van de diensthond tussen woning en werkplek te beëindigen. Verweerder stelde dat de reis niet als arbeidsplaats geldt en de diensthond geen arbeidsmiddel is tijdens woon-werkverkeer, en dat de regeling een legitiem algemeen belang dient.
De rechtbank oordeelt dat de reis tussen woning en werkplek geen arbeidsplaats is in de zin van de Arbowet en dat de diensthond buiten diensttijd geen arbeidsmiddel is. Het besluit is een publiekrechtelijke handeling en daarmee een besluit in de zin van de Awb. De inmenging in het eigendomsrecht door het inleveren van de dienstauto is bij wet voorzien en proportioneel, mede door een ruime overgangstermijn en compensatie via reiskostenvergoeding en vervoersvoorzieningen.
Ook de vermeende inbreuk op het recht op persoonlijke levenssfeer voldoet aan de noodzakelijkheidstoets van het EVRM. De belangenafweging tussen het algemeen belang van verweerder en het belang van eiser is zorgvuldig gemaakt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om het gebruik van de dienstauto voor vervoer van de diensthond woon-werkverkeer te beëindigen wordt ongegrond verklaard.