Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
de stichting Stichting Mooiland,
[naam gedaagde] ,
PROCESGANG
OVERWEGINGEN
Kamerstukken II2017/18, 34 723, nr. 7, p. 13-14. (NV II)) staat vermeld:
Rechtbank Noord-Nederland
Partijen zijn in geschil over de vraag of de verhuurder, Stichting Mooiland, de kosten voor onderhoud en afschrijving van de collectieve cv-ketel bij een blokverwarming via de servicekosten aan de huurder, [naam gedaagde], mag doorberekenen. De woning is onderdeel van een appartementencomplex met collectieve verwarming en sinds 2014 geldt de Warmtewet.
De huurcommissie had eerder geoordeeld dat deze kosten niet als servicekosten aan de huurder mochten worden doorberekend omdat de ketel onderdeel is van de onroerende zaak. Mooiland stelde dat de Warmtewet deze kosten wel toelaat als servicekosten en verlaagde de kale huurprijs dienovereenkomstig.
De rechtbank stelt vast dat de Warmtewet van toepassing is op de verhouding tussen verhuurder en huurder en dat de kosten voor onderhoud en afschrijving van de cv-ketel volgens de parlementaire geschiedenis en het gewijzigde Besluit Servicekosten via de servicekosten mogen worden doorberekend. Dit is niet in strijd met het huurrecht. De rechtbank bepaalt dat de betalingsverplichting van de huurder over de periode 1 januari tot en met 17 augustus 2015 € 666,53 bedraagt en compenseert de proceskosten zodat partijen hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat verhuurder de kosten voor onderhoud en afschrijving van de collectieve cv-ketel via servicekosten bij huurder mag doorberekenen en stelt de betalingsverplichting vast op € 666,53.