Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11-1-2018 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
"Allereerst deel ik u mede niet op zitting aanwezig te zullen zijn. De rechter is de heer T. Tanghe en die heeft in eerdere zittingen reeds duidelijk aangetoond het niet zo nauw te nemen met het recht van de hoogste rechtsorde. Ik acht het zonde van mijn tijd daarvoor 7 uur in de auto te zitten. Ik zal derhalve volstaan met een schriftelijke toelichting, waarvan ik uw rechtbank verzoek die tot de gedingstukken te rekenen."
naheffingsaanslagBPM en het daarop betrekking hebbende kenmerk van verweerder. Een verwijzing naar de voldoening op aangifte ontbreekt. Verder heeft eiser expliciet vermeld dat zijn bezwaar zich richt tegen de
naheffingsaanslagBPM en belastingrente, onder vermelding van de betreffende bedragen.
naheffingsaanslagBPM in de zaak LEE 17/965. De enkele omstandigheid dat eiser in het bezwaarschrift noemt dat hij ter zake de Mitsubishi, type Colt, BPM op aangifte heeft voldaan, rechtvaardigt niet de conclusie dat eiser daarmee ook tegen deze voldoening op aangifte heeft willen opkomen. Dat verweerder het bezwaarschrift desondanks aanvankelijk wel zo heeft opgevat, berust - zoals verweerder ter zitting ook heeft toegelicht - op een verkeerde lezing van het bezwaarschrift. De rechtbank betrekt ook in haar oordeel dat eiser in zijn beroepschrift zelf ook stelt dat met dagtekening van 23 september 2016 hij bezwaar heeft ingesteld tegen de naheffingsaanslag van € 235 (zie LEE 17/965) en dat hij daarop twee uitspraken op bezwaar heeft ontvangen.
“Opmerking verdient voorts dat indien hoger beroep of beroep in cassatie wordt ingesteld tegen een uitspraak die is gedaan na gevoegde behandeling, in de procedure na aanwending van dat rechtsmiddel nog slechts sprake is van één beroep in de zin van artikel 8:75, lid 1, Awb en het Besluit. Verder verdient opmerking dat voor de toepassing van artikel 7:15, lid 2, Awb en het Besluit slechts sprake is van één bezwaar indien dit is gericht tegen meerdere op één aanslagbiljet vermelde besluiten. Een andersluidende uitleg van deze bepalingen en het Besluit zou te veel afbreuk doen aan de door de wetgever in dit verband beoogde eenvoud.”.