Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 8 maart 2018 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Rotterdam, verweerder
Procesverloop
Bij brief van 10 oktober 2017 heeft de rechtbank partijen gevraagd of de uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2017:6785) aanleiding geeft voor een nadere reactie, en maakt haar voornemen kenbaar om het onderzoek te willen sluiten.
Voorts zijn partijen ingelicht dat mr. M. van den Bosch deel gaat uitmaken van de meervoudige kamer.
Overwegingen
kruisje in vak waar geen artikel vermeld staat] (…) du règlement no 1408/71 (…) du 01.02.2005 au indéterminé.".
onder meer het volgende:
“
Concerne: [A] SARLMesdames, Messieurs,Par la présente j’ai l’honneur de vous informer que tous les certificats d’exploitant à durée indéterminée et déterminé délivrés par notre administration à la société [A] SARL sont invalides avec effet immédiat.En fait le jugement prononcé le 16 juin 2010 par le Tribunal administratif de et à Luxembourg, 1ière chambre, a confirmé notre manière de voir et en particulier le résultat de notre enquête. La société [A] Sarl avec siège social à [adres] ne fait que de la location de main d’œuvre et son activité est en dehors de toute exploitation d’un bateau.Veuillez trouver en annexe un listing des certificats d’exploitant annulés de la société [A] Sarl et dont votre administration a délivré dans le temps un certificat rhénan.Veuillez agréer, Mesdames, Messieurs, l’expression de mes sentiments distingués.Le receveur,[naam]”.
“
Sehr geehrter Herr [B] ,Ich habe am Freitag 31 August eine sache für das Gericht wo ein formular E-101 eine rol spielt.Diese soll am 1 März 2006 ausgestelt sein, siehe Anhang.(Zie het bijgevoegde bestand:[rechtbank: naam verwijderd])Meine Fragen:1. Ist diese E-101 ausgestelt?2. Auf welcher artikel ist diese ausgestelt? siehe seite 2.3. Ist diese E-101 noch gültig?4. So nein, wann wird diese E-101 beëndet?(…).”
“
In antwoord op uw vraag bevestigen wij dat het aan ons toegestuurde verzekeringsbewijs voor [woord ontbreekt, opm. vert.] door onze administratieafdeling op … … is afgegeven.Dit kon echter alleen worden vastgesteld op grond van de bij ons ingediende aanvragen.(Fotokopieën van dergelijke aanvragen zijn bijgevoegd.)De bewijzen zelf zijn niet bij ons opgeslagen omdat deze niet gebaseerd waren op artikel 13 t/m 17 van EU-Verordening 1408/71.Op deze bewijzen stond inderdaad geen artikel van de genoemde Verordening vermeld, waardoor dit ook niet als bindend beschouwd kon worden, wat betreft het bepalen van de toe te passen rechtsvoorschriften.Met het oog op het feit dat de onderhavige verzekeringsbewijzen op geen van de op het formulier E101 vermelde artikelen berust, zijn wij van mening dat deze niet als een beslissing van een Luxemburgse overheidsinstantie beschouwd kunnen worden.Er was derhalve nooit sprake van geldigheid betreffende het bepalen van de toe te passen rechtsvoorschriften en uitsluitend het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van Rijnvarenden van 30 november 1979 was op dat moment doorslaggevend.Achtergrond:Toentertijd kregen wij van verschillende exploitanten van rijnschepen te horen dat hun schepen bij controles van buitenlandse (Duitse, Belgische en Nederlandse) autoriteiten werden stilgelegd omdat deze zich er niet toe beperkten om te controleren in welk land de onderneming gevestigd was die het schip conform de Rijnvaartverklaring exploiteert om de toe te passen rechtsvoorschriften te bepalen. Volgens verklaringen van de exploitanten van de schepen werd hun een bewijs gevraagd dat de bemanningsleden voor een sociale verzekering waren aangemeld om eventueel zwartwerken tegen te gaan.Aangezien het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van Rijnvarenden echter niet in een dergelijk bewijs voorziet en er ook geen ander internationaal formulier, behalve nu juist het formulier E101, beschikbaar was, gebruikte onze administratie dit laatste formulier om aanmelding bij onze verzekeringsinstellingen te bevestigen zonder zich hierbij echter over de rechtmatigheid van deze verzekering uit te spreken.[B]Inspecteur principal 1er en rangCentre commun de la sécurité sociale”.
E101-verklaring, vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel
Voor zijn subsidiaire standpunt heeft eiser aangevoerd dat toetsing aan het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel binnen de werkingssfeer van het Rijnvarendenverdrag ertoe dient te leiden dat hij mag afgaan op de inhoud van de E101-verklaring. Hij mocht erop vertrouwen dat de E101-verklaring is afgegeven onder de werkingssfeer van het Rijnvarendenverdrag. Daarnaast dient de afgifte van de E101-verklaring ook te worden getoetst aan het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel in het kader van de Verordening. In dit kader acht eiser tevens van belang dat de EU, of enige lidstaten van de EU, er nooit bezwaar tegen hebben gemaakt dat conform Besluit nr. 4 is besloten dat verdragsstaten bij het Rijnvarendenverdrag, die tevens lid zijn van de EU, in het kader van het Rijnvarendenverdrag de formulieren van de EU gebruiken in hun onderlinge verhouding.
Eisers beroep op de uitgangspunten in – onder meer – het arrest Fitzwilliam Executive Search, waaronder het beginsel van de loyale samenwerking, kan hem gelet op het voorgaande niet baten, de verwijzing naar artikel 6, tweede lid, van de Rijnvarendenovereenkomst evenmin.
Als rijnvarende kan hij zich niet rechtstreeks beroepen op communautaire beginselen die gelden voor personen die onder de werkingssfeer van de Verordening vallen (HvJ EU 9 september 2015, X en T.A. van Dijk, C-72/14 en C-197/14, ECLI:EU:C:2015:564, punt 45 e.v.). Wat betreft eisers beroep op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel in het kader van het Rijnvarendenverdrag, overweegt de rechtbank in aanvulling op hetgeen hiervoor is overwogen omtrent de werkingssfeer van de E101-verklaring, dat eiser geen concrete feiten of omstandigheden aannemelijk heeft gemaakt die in zijn geval een in rechte te beschermen vertrouwen rechtvaardigt of waaraan hij de gestelde rechtszekerheid zou kunnen ontlenen, in het bijzonder waar het betreft de gang van zaken rondom de aanvraag. Het enkele feit dat er op enig moment een verklaring door de Luxemburgse autoriteiten is afgegeven, is zonder nadere achtergrond of toelichting omtrent de aanleiding daarvoor, daartoe in ieder geval onvoldoende.
Zorgvuldigheidsbeginsel
Betekenis Certificat d’Exploitant dezelfde als Rijnvaartverklaring?
Naar het oordeel van de rechtbank is, bij gebreke van concrete informatie, als uitgangspunt hier het vermoeden gerechtvaardigd dat de eigenaar tevens de exploitant is. De rechtbank vindt steun voor dat vermoeden in de cijfers van de eigenaar (zie 1.9), die in algemene zin wijzen op het uitvoeren van bedrijfsactiviteiten.
De rechtbank is op grond van al het voorgaande van oordeel dat eiser, tegenover de gemotiveerde betwisting van verweerder, niet aannemelijk heeft gemaakt dat het schip voor rekening en risico van [A] of van een andere buiten Nederland gevestigde exploitant werd geëxploiteerd.
Beoordeling 2009
Naar het oordeel van de rechtbank is, bij gebreke van concrete informatie, als uitgangspunt hier het vermoeden gerechtvaardigd dat de eigenaar tevens de exploitant is. De rechtbank vindt steun voor dat vermoeden in de cijfers van de eigenaar (zie 1.10), die in algemene zin wijzen op het uitvoeren van bedrijfsactiviteiten. De rechtbank is van oordeel dat eiser, tegenover de gemotiveerde betwisting van verweerder, niet aannemelijk heeft gemaakt dat het schip voor rekening en risico van [A] of van een andere buiten Nederland gevestigde exploitant werd geëxploiteerd.
Conclusie