ECLI:NL:RBNNE:2019:228
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor uitkeringsfraude door verzwijging inkomsten en werkzaamheden
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 24 januari 2019 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte die zich schuldig heeft gemaakt aan uitkeringsfraude. Verdachte heeft in de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 oktober 2017 nagelaten tijdig gegevens te verstrekken aan de gemeente Coevorden, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze gegevens van belang waren voor het vaststellen van zijn recht op bijstand of de hoogte daarvan.
Verdachte was voorzitter van een stichting en verrichtte daarnaast werkzaamheden als muzikant en zanger onder verschillende artiestennamen. Hij ontving giften, inkomsten, een lening en bijschrijvingen op zijn bankrekening die hij niet aan de gemeente heeft gemeld. De rechtbank achtte dit wettig en overtuigend bewezen en verwierp het verweer van de verdediging dat verdachte niet wist dat deze gegevens van belang waren of dat hij geen opzet had.
De rechtbank oordeelde dat verdachte niet in zijn verdediging was geschaad ondanks een discussie over vormverzuim rond het recht op consultatiebijstand. De strafbepaling hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder psychische klachten en het feit dat hij een first offender is. De rechtbank legde een taakstraf van 180 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaar op. De straf dient om herhaling te voorkomen en het sociale zekerheidsstelsel te beschermen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en een taakstraf van 180 uren wegens uitkeringsfraude.