Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
Beoordeling van het bewijs
Wie had het wapen?
Het door verdachte geschetste scenario inhoudende dat hij plotseling door aangever werd geconfronteerd met een wapen dat vervolgens (onbedoeld) is afgegaan, past naar het oordeel van de rechtbank niet bij de door hem geschetste gang van zaken daarna. Immers, bij dit scenario zou het juist voor de hand hebben gelegen dat verdachte onmiddellijk (of desnoods een dag later) contact met de politie of beveiliging zou hebben gezocht en had gemeld dat aangever vanuit het niets een wapen aan hem had getoond, dat hij aangever het wapen had ontfutseld en dat aangever er vervolgens vandoor is gegaan. Ook had het voor de hand gelegen dat verdachte het wapen dan aan de politie zou overhandigen in plaats van het (bewijsmateriaal) weg te gooien.
Beoordeling van het onder 1 ten laste gelegde
het wapen waarmee is geschoten
het opzet van verdachte
Beoordeling van het onder 2 ten laste gelegde
Bewijsmiddelen
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Het geschorste bevel voorlopige hechtenis
Benadeelde partij
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.
[slachtoffer]toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 8.039,70 (zegge: achtduizendnegenendertig euro en zeventig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 januari 2017.