Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van de middelen voor het overige
4 Beslissing
24 november 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een schietincident op 25 oktober 2012 te Delft waarbij het slachtoffer dodelijk werd getroffen tijdens een worsteling met de verdachte. De verdachte had een geladen pistool bij zich, richtte dit op het slachtoffer en tijdens een worsteling ging het wapen af, wat leidde tot het overlijden van het slachtoffer.
De verdediging stelde dat er geen opzet was, ook niet voorwaardelijk, omdat het schot tijdens een worsteling per ongeluk zou zijn gelost. Het hof oordeelde echter dat de gedragingen van de verdachte, waaronder het laden, bij zich dragen en gericht houden van het pistool op het slachtoffer, zodanig waren dat het niet anders kon zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op overlijden bewust heeft aanvaard.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het hof voldoende en begrijpelijk had gemotiveerd dat sprake was van voorwaardelijk opzet. Het beroep van de verdachte werd verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat verdachte voorwaardelijk opzet had en verwerpt het cassatieberoep.