Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiser] , te [woonplaats] ( [land] ), eiser,
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Groningen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
€ 10.455
Stcrt.2010, 16 586) verleende vrijstelling van 80% van die inkomenscompensatie, valt onder de bosbedrijfvrijstelling (zie de uitspraak van het Gerechtshof Leeuwarden van 18 juni 2010, ECLI:NL:GHLEE:2010:BM8761, en het arrest van de Hoge Raad van 9 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR7014). Dat de grond altijd landbouwgrond is gebleven c.q. fiscaal zou moeten worden aangemerkt als gebleven landbouwgrond en de bomen als landbouwgewas zouden moeten worden aangemerkt, zoals eiser stelt, kan de rechtbank met voormelde feiten niet rijmen. Daarbij wijst de rechtbank er tevens op dat ook het feit dat eiser vrijstelling van de meld- en herplantplicht heeft aangevraagd en verkregen (ex de artikelen 2, 3 en 6 van de destijds geldende Boswet) er op duidt dat sprake is van een bos. Door die vrijstelling aan te vragen is eiser daar kennelijk zelf ook vanuit gegaan. Dat de rechtbank in een civiele procedure betreffende de verkrijging van de gepachte, met bomen beplante, grond door eiser, die grond als landbouwgrond zou hebben aangemerkt, brengt evenmin met zich dat de grond als landbouwgrond heeft te gelden. Daargelaten dat verweerder dit betwist en dit door eiser op geen enkele wijze is onderbouwd, dient de rechtbank zich in de onderhavige procedure zelfstandig een oordeel te vormen over de fiscale kwalificatie van de grond. Dat de verpachter zou hebben verlangd dat de bomen na 20 jaar weer zouden worden verwijderd, blijkt voorts uit niets.