Eiseres, een woningcorporatie, kreeg voor 2014 aanslagen rioolheffing opgelegd door verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente Het Hogeland. Eiseres maakte bezwaar tegen deze aanslagen en stelde dat de tarieven onrechtmatig waren vastgesteld omdat ze niet waren gebaseerd op de gemeentebegroting en dat de opbrengstlimiet was overschreden.
De rechtbank nam de feiten aan zoals de vastgestelde baten en lasten in de Programmabegroting en het Afvalwaterbeleidsplan. Verweerder stelde dat de tariefstelling was gebaseerd op het kostendekkingsplan bij het Afvalwaterbeleidsplan en dat de Programmabegroting daaraan was aangepast, maar kon geen inzicht geven in die aanpassing.
De rechtbank oordeelde dat de tarieven alleen terug te voeren waren op het Afvalwaterbeleidsplan en niet op de gemeentebegroting of een daarop terug te voeren begrotingsstuk. Hierdoor was de opbrengstlimiet met meer dan 10% overschreden en was de verordening onverbindend. Het beroep werd gegrond verklaard, de aanslagen en uitspraken op bezwaar vernietigd, en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.