Eiseres maakte bezwaar tegen de WOZ-beschikking en aanslag rioolheffing van de gemeente Midden-Groningen. Verweerder stelde de beslissing op bezwaar uit en deed uiteindelijk te laat uitspraak, waardoor eiseres een ingebrekestelling stuurde. De rechtbank stelde vast dat verweerder één dag te laat was met de uitspraak en dat daardoor dwangsommen verschuldigd zijn.
De rechtbank oordeelde dat de bezwaren tegen de WOZ-beschikking en de aanslag rioolheffing niet inhoudelijk samenhangen, zodat voor elk bezwaar afzonderlijk een dwangsom geldt. De dwangsommen werden vastgesteld op €23 per bezwaar, in totaal €46. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van deze dwangsommen en de proceskosten van eiseres.
Daarnaast werd verweerder opgedragen het betaalde griffierecht van €354 te vergoeden. Het beroep werd gegrond verklaard omdat verweerder niet tijdig een dwangsombesluit had genomen, ondanks ingebrekestelling en verzoeken van de rechtbank om een verweerschrift. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige belastingkamer van de Rechtbank Noord-Nederland op 26 juni 2020.