ECLI:NL:RVS:2014:1870
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.E.M. Polak
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Openbaarmaking EUCARIS-gegevens en dwangsommen bij RDW-verzoeken
Appellant verzocht de RDW om openbaarmaking van gegevens uit het Europees voertuig- en rijbewijsinformatiesysteem (EUCARIS) voor 742 voertuigen. De RDW weigerde deze verzoeken en stelde dat het EUCARIS-verdrag openbaarmaking belemmert. Appellant stelde de RDW in gebreke wegens het uitblijven van besluiten en maakte bezwaar tegen het besluit van de RDW.
De rechtbank verklaarde een deel van de beroepen niet-ontvankelijk en wees het beroep op het bezwaar ongegrond. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de beroepen niet-ontvankelijk verklaarde en dat de RDW onzorgvuldig handelde door niet te onderzoeken of verzoeken waren ingediend na ingebrekestelling.
De Afdeling stelde vast dat de RDW één dwangsom van €1.260,00 verschuldigd is wegens het niet tijdig beslissen op de verzoeken. Tevens werd geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte driemaal griffierecht had geheven in plaats van eenmaal. De uitspraak van de rechtbank werd voor deze punten vernietigd en de overige delen bevestigd. Proceskosten werden aan appellant toegewezen en griffierechten werden terugbetaald.
Uitkomst: De Afdeling stelt een dwangsom van €1.260,00 vast wegens het niet tijdig beslissen door de RDW en wijst proceskosten en griffierechten toe aan appellant.