Op 25 mei 2020 trof de politie een hennepkwekerij aan met 182 planten in een vrijstaand tuinhuis op het perceel van verzoekster. De burgemeester legde daarop een last onder bestuursdwang op tot sluiting van het gehele perceel voor drie maanden op grond van artikel 13b Opiumwet.
Verzoekster maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening om de sluiting te beperken tot het tuinhuis. De voorzieningenrechter overwoog dat het beleid van de gemeente sluiting voorschrijft bij handelshoeveelheden van 20 of meer planten en dat de omvang en professionaliteit van de kwekerij een rol spelen. Ook al was de kwekerij door een derde aangelegd, verzoekster wist hiervan.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester de sluiting van het gehele perceel voldoende heeft gemotiveerd, mede vanwege de verbinding tussen woning en tuinhuis en het belang van het onttrekken aan drugshandel. Bijzondere omstandigheden die tot afwijking van het beleid zouden kunnen leiden, werden niet vastgesteld. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, met een uitstel van ingang tot 27 juli 2020.