ECLI:NL:RBNNE:2020:3454
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens onvoldoende registratie arbeidstijden vervoersbedrijf
Op 17 december 2016 vond een onaangekondigde controle plaats bij de vervoersonderneming van eiseres, waarbij werd vastgesteld dat digitale registratiebestanden (M- en C-bestanden) ontbraken en rusttijden werden overschreden. Naar aanleiding hiervan legde de minister een boete van €61.500 op wegens overtreding van artikel 4:3, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet.
Eiseres voerde aan dat de boeteoplegging in strijd was met het nemo tenetur-beginsel en dat de inspecteur niet bevoegd was de gevraagde gegevens op de gevorderde wijze te vorderen. Ook stelde zij dat de boete niet in verhouding stond tot de ernst van de overtreding. De rechtbank oordeelde dat de gevorderde gegevens niet wilsafhankelijk waren en dat er geen sprake was van een criminal charge bij aanvang van de controle.
De rechtbank verwierp het betoog dat de inspecteur niet bevoegd was om de bestanden op de gevorderde wijze te vorderen en stelde dat eiseres onvoldoende medewerking had verleend door niet alle benodigde bestanden te overleggen. Ook werd het verzoek tot nader technisch onderzoek afgewezen omdat eiseres de aangeboden mogelijkheid om onderzoek te doen had afgewezen.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat de hoogte van de boete proportioneel en in overeenstemming met het beleidskader was vastgesteld en dat eiseres onvoldoende concrete aanknopingspunten had gegeven voor matiging. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de boete van €61.500 wegens overtreding van de Arbeidstijdenwet wordt ongegrond verklaard.