ECLI:NL:RVS:2019:1814
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over bestuurlijke boete Arbeidstijdenwet wegens ondeugdelijke registratie
De minister legde aan de vennootschap een bestuurlijke boete van €35.200 op wegens acht overtredingen van artikel 4:3, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet, omdat niet kon worden vastgesteld welke bestuurders activiteiten met voertuigen hadden verricht zonder bestuurderskaart in de tachograaf.
De rechtbank Gelderland vernietigde het besluit en oordeelde dat de vennootschap niet verplicht was gegevens over activiteiten van personeel van een ander bedrijf op te nemen, waardoor de overtredingen niet waren komen vast te staan.
De minister ging in hoger beroep en stelde dat de vennootschap de tachograafplicht had overtreden omdat tijdens de tijdvakken geen bestuurderskaart was geplaatst en identiteit niet kon worden afgeleid uit de administratie.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de vennootschap inderdaad artikel 4:3, eerste lid, van de Atw had overtreden omdat de tachograafgegevens ondeugdelijk waren en dat de rechtbank dit niet had onderkend.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, bevestigde dat de boete terecht was opgelegd en wees matiging wegens verminderde verwijtbaarheid of geringe ernst van de overtredingen af.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond, bevestigend dat de bestuurlijke boete terecht is opgelegd wegens overtreding van artikel 4:3, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet.