ECLI:NL:RBNNE:2020:4116
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens niet betalen huur ondanks overlastklachten
De zaak betreft een geschil tussen de stichting Woonstichting Groninger Huis en een huurder over de ontbinding van een huurovereenkomst wegens niet-betaling van huur en overlastklachten. De huurder klaagde over langdurige geluidsoverlast van zijn bovenbuurman, maar kon niet voldoende onderbouwen dat hij vóór 17 september 2019 meldingen had gedaan. De verhuurder heeft vanaf die datum diverse brieven gestuurd en gesprekken geprobeerd te voeren om de overlast te beëindigen.
De huurder stelde dat de verhuurder onvoldoende actie had ondernomen en dat dit een gebrek aan het gehuurde opleverde, waardoor hij de huur mocht opschorten en recht had op huurprijsvermindering. De rechtbank oordeelde dat opschorting alleen mogelijk is bij een gebrek dat de verhuurder niet verhelpt, en dat zuiver feitelijke overlast door derden geen gebrek is tenzij de verhuurder onvoldoende optreedt.
De rechtbank stelde vast dat de verhuurder adequaat had gereageerd op de overlastmeldingen na 17 september 2019 en dat er geen bewijs was voor eerdere meldingen. De vordering tot huurprijsvermindering werd afgewezen. De huurder moest de volledige huur betalen, inclusief de huurachterstand van €3.204,00 en de huur tot aan de ontbindingsdatum. De ontbinding van de huurovereenkomst werd bevestigd wegens de huurachterstand, en de huurder werd veroordeeld tot ontruiming en betaling van incassokosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens huurachterstand en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur en incassokosten.