Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
de ontvanger van de Belastingdienst/kantoor Zwolle, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Het onderzoek heeft plaatsgevonden op het bedrijfsadres te [woonplaats] . Tijdens het onderzoek is gesproken met de heren [broer van eiser] en [eiser] , beiden zijn de middellijk aandeelhouders van [H BV] en de heren [naam adviseur 1] en [naam adviseur 2] van [naam adviesbereau] . Het slotgesprek is gehouden op kantoor van de adviseur te [plaatsnaam] en er is gesproken met de heer [naam adviseur 1] . Naar aanleiding van opgevraagde informatie is er op 6 oktober 2017 door de Belastingdienst een mail ontvangen en de resultaten daarvan per mail teruggekoppeld aan de adviseur.
Administratie
De administratie werd periodiek verzorgd door [broer van eiser] , hij heeft daarvoor gebruik gemaakt van het boekhoudprogramma Exact Online.
Op donderdag 22 februari 2018 om 10.00 uur hebben we op het belastingkantoor te Zwolle een hoorgesprek gevoerd in het kader van de behandeling van een bezwaarschrift wat namens [H BV] was ingediend door [naam adviesbereau] accountant/consulent.
“(…) Beoordeling van uw bezwaar
Boete 2012
Boete 2014
Motivering boete ex artikel 67f AWR
Voorgenomen beslissing op uw bezwaar
“(…) Inzagerecht dossier
Afsluitend
Allereerst een voorspoedig herstel toegewenst. Rekening houdend met de indieningsdatum van het pro forma beroepschrift (5 februari 2019) vind ik een termijn tot 30 april 2019 voor nadere motivering meer dan ruimhartig. Ik ben dan ook voornemens uitspraak te doen op uiterlijk 6 mei 2019.(…)”
Wij zijn reeds ruimhartig geweest in onze uitstel voor het motiveren van het pro forma beroepschrift. Nader uitstel wordt dan ook niet verleend.(...)”
Invorderingsdossier
Artikel 32, lid 2, van de Invorderingswet 1990 bepaalt dat u aansprakelijk bent voor de kosten die verband houden met de belastingschuld, voor zover het ontstaan hiervan aan u is te wijten. Dit geldt ook voor de bestuurlijke boete en belastingrente.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- draagt verweerder op binnen 2 maanden na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47 aan eiser te vergoeden en
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.050.