ECLI:NL:HR:2007:AZ6218
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurder voor naheffingsaanslagen en boetes ondanks late melding betalingsonmacht
De zaak betreft de hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurder van Sprinter voor naheffingsaanslagen, boetes, heffings- en invorderingsrente en vervolgingskosten opgelegd aan de vennootschap. Sprinter meldde betalingsonmacht te laat, waarna de bestuurder aansprakelijk werd gesteld.
De rechtbank en het hof verklaarden de bestuurder aansprakelijk, waarbij het hof oordeelde dat de melding van betalingsonmacht niet tijdig was gedaan en dat de aansprakelijkstelling niet onredelijk was. Het hof verwierp ook het beroep op schending van het recht op berechting binnen redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad vernietigt het oordeel dat de bestuurder geen zelfstandig beroep kan doen op art. 6 EVRM Pro en bevestigt dat bestuurlijke boetes als straf moeten worden aangemerkt. Het hof's oordeel dat de termijn tussen kennisgeving van het voornemen tot aansprakelijkstelling en de feitelijke aansprakelijkstelling niet onredelijk was, wordt bekrachtigd.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het niet tijdig informeren over de geldigheid van de betalingsonmachtmelding en het niet wijzen op mogelijkheden tot privébetalingen niet leiden tot een onaanvaardbare aansprakelijkstelling. De procedure is zorgvuldig verlopen binnen de wettelijke kaders en algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt de hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurder voor de belastingschulden van Sprinter.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurder voor de naheffingsaanslagen en boetes ondanks de late melding van betalingsonmacht.