ECLI:NL:RBNNE:2020:719
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging Wmo-vervoersvoorziening
Verzoekster ontving een maatwerkvoorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming voor het gebruik van een eigen auto. Per 1 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Smallingerland het vervoersbeleid gewijzigd, waardoor deze tegemoetkoming werd beëindigd omdat verzoekster over een eigen auto beschikt.
Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het college in het vaststellen en uitvoeren van het nieuwe beleid onvoldoende rekening had gehouden met relevante jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, waardoor het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft.
Desondanks werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen omdat verzoekster niet aannemelijk had gemaakt dat zij per 1 april 2020 in een acute financiële noodsituatie zou verkeren en zij tot die datum een overgangstermijn kreeg. De voorzieningenrechter vond dat het voor verzoekster niet onevenredig bezwaarlijk zou zijn om de beslissing op bezwaar af te wachten.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de vervoersvoorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.