Uitspraak
18.1084 WMO15
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt het college in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 1.374,48;
- bepaalt dat van het college een griffierecht wordt geheven van € 508,-.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene had een maatwerkvoorziening voor hulp bij het huishouden aangevraagd op grond van de Wmo 2015. Het college kende een persoonsgebonden budget toe voor 120 minuten per week, terwijl betrokkene 300 minuten nodig had. Het college bracht de particuliere hulp die betrokkene zelf bekostigde (180 minuten) in mindering op de normering, omdat zij meende dat betrokkene hiermee gedeeltelijk op eigen kracht haar beperkingen compenseerde.
De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat het college ten onrechte rekening had gehouden met de financiële situatie van betrokkene, omdat zij de kosten van particuliere hulp voor de toekomst nog moest maken. Het college ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. Volgens de Raad is het begrip 'eigen kracht' in artikel 2.3.5, derde lid, Wmo 2015 niet bedoeld om de financiële draagkracht van de cliënt mee te wegen bij de toekenning van een maatwerkvoorziening. De Raad verwees naar de memorie van toelichting en beleidsreacties waarin is aangegeven dat maatschappelijke ondersteuning toegankelijk moet zijn voor iedereen, ongeacht inkomen of vermogen. Het college werd veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en het college wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.