Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiseres] , te [plaatsnaam 2] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Eindhoven, verweerder
Procesverloop
Beslissing
Tussenbeslissing
Gronden
Ik heb in september beroep aangetekend naar aanleiding van een beslissing van de Belastingdienst. Ik heb echter tot op heden niets gehoord. Ik heb vandaag, 20 december, telefonisch contact gehad hierover. Echter is mij verteld dat het niet te vinden is. De medewerker die ik heb gesproken gaf aan dat het naar de afdeling belastingen gestuurd moest worden. Ik heb het gericht aan bestuursrecht.
[eiseres]
3.4. In artikel 3:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (tekst 1996; hierna: Awb) is bepaald dat de bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door toezending of uitreiking aan hen. Ingevolge artikel 6:8, lid 1, Awb vangt de bezwaartermijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Indien de belanghebbende met vertraging kennis neemt van een aanslag of van het feit dat een aanslag is opgelegd, en daardoor pas na het verstrijken van de bezwaartermijn een bezwaarschrift indient, kan het bezwaar slechts met toepassing van artikel 6:11 Awb Pro ontvankelijk zijn. Indien evenwel de aanslag niet op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, vangt de bezwaartermijn pas aan op de dag van de ontvangst door de belanghebbende of zijn vertegenwoordiger van het aanslagbiljet of van een afschrift daarvan (vergelijk HR 12 april 1978, nr. 18686, BNB 1978/128 en HR 25 augustus 1982, nr. 21315, BNB 1982/259); het aanslagbiljet moet in dat geval worden geacht de voorafgaande dag aan de belanghebbende te zijn toegezonden.