Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiser] , te [plaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Verklaringen getuige [A] (G04)
Bevindingen verbalisanten
Aan de bevoegde autoriteiten van Malta is een rechtshulpverzoek gedaan waarin onder
Nadat [eiser] geconfronteerd is met de bevindingen betreffende de zending goederen bij het bedrijf [Bedrijf A] op 30 juni 2010, verklaarde verdachte als volgt:
Nadat verbalisanten [eiser] geconfronteerd hebben met de volgende verklaring van getuige [G] en hebben gevraagd of dit juist is;
Voorwerpen
Bij de doorzoeking van de woning van [eiser] op 22 maart 2012 zijn onder meer een 2 facturen van [eenmanszaak eiser] aan [E] aangetroffen en in beslag genomen (D-039 en D-040). [eiser] is op 3 april 2012 door verbalisanten gehoord omtrent de bedoeling en inhoud van deze facturen. Over factuur D-039 verklaarde [eiser] als volgt:
Bij de doorzoeking van de woning van [eiser] op 22 maart 2012 is een
Documenten:
Tijdens het negende verhoor van 4 april 2012 (V01-09) wordt [eiser] geconfronteerd met een afgeluisterd en uitgewerkt tapgesprek van telefoonnummer
U ontvangt deze naheffingsaanslag omdat u op grond van artikel 52 lid 1 en Pro lid 2 letter a Wet op de accijns de accijns verschuldigd bent. Op 01 augustus 2013 heb ik u mijn voornemen tot het opleggen van deze naheffingsaanslag toegestuurd.
Berekening;
voorhanden hebben gehadvan de sigaretten in [Bedrijf A] . In de voorliggende belastingzaak heeft verweerder aannemelijk gemaakt dat eiser
betrokken is geweest bij het voorhanden hebben gehadvan de sigaretten. Dat zijn twee verschillende gedragingen. De vaststelling dat eiser 'betrokken is geweest bij het voorhanden hebben' is daarom niet in strijd met het oordeel in de strafzaak dat niet is komen vast te staan dat eiser de sigaretten ' opzettelijk voorhanden heeft gehad', waarbij de strafrechter ervan is uitgegaan dat eiser daarvoor de 'feitelijke beschikkingsmacht' over de sigaretten moet hebben gehad. Zoals hiervoor onder 3. al is overwogen is dat niet vereist voor het
betrokken zijn bijhet voorhanden hebben gehad van de sigaretten.
één grote rotzooi” was.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag accijns tot een bedrag van € 1.552.860;
- vermindert de belastingrente dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 46 aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.050.