Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND RECTIFICATIE (p. 1)
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 januari 2021 in de zaak tussen
n: mr. T.W. Franssen en
R. Lubbers).
Procesverloop
n.Verweerder heeft meegebracht R. Lubbers (werkzaam bij 10BE).
Rechtbank Noord-Nederland
Eisers vorderden schadevergoeding voor schade aan hun woning veroorzaakt door mijnbouwactiviteiten in het Groningenveld. Verweerder kende aanvankelijk een vergoeding toe voor bepaalde schadeposten, maar wees de vergoeding voor schadeposten 28 en 34 af, stellende dat deze het gevolg waren van funderingsverschillen en inklinking van de bodem, niet van mijnbouw.
Deskundigenrapporten van Kiers, Lubbers en Derkink werden overgelegd, waarin werd geconcludeerd dat de schade aan de vloer en muren veroorzaakt werd door het verschil in fundering tussen het voorste en achterste deel van de woning, en niet door bodembeweging door gaswinning. Eisers betwistten dit en verwezen naar het advies van de bezwaaradviescommissie, die een vergoeding voor deze schadeposten adviseerde.
De rechtbank oordeelde dat het wettelijk bewijsvermoeden van artikel 6:177a BW van toepassing is, maar dat verweerder het vermoeden met voldoende zekerheid heeft weerlegd. De rechtbank achtte de deskundigenrapporten overtuigend en vond dat eisers geen objectieve tegenexpertise of onderbouwing hadden geleverd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bewijsvermoeden voor de schade is weerlegd.