ECLI:NL:RBNNE:2021:1459
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit mijnbouwschadevergoeding wegens onjuiste schadebeperkingsplicht
Eiser verzocht vergoeding van schade aan zijn woning veroorzaakt door mijnbouwactiviteiten. Verweerder kende aanvankelijk een schadevergoeding toe, maar verklaarde bezwaar deels gegrond en wees vergoeding van bepaalde schades af vanwege schending van de schadebeperkingsplicht door eiser.
De rechtbank stelde vast dat verweerder ten onrechte primair de schadebeperkingsplicht als afwijzingsgrond hanteerde, terwijl eerst beoordeeld had moeten worden of de schade door mijnbouwactiviteiten was veroorzaakt. Deskundigen concludeerden dat de schade aan de achtergevel werd veroorzaakt door ongelijke zetting vanwege bouwkundige factoren en niet door mijnbouw.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zich terecht op het deskundigenrapport mocht baseren en dat eiser geen concrete aanwijzingen had geleverd die dit rapport betwijfelen. Daarom kon de rechtbank de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand laten, maar vernietigde het besluit vanwege de onjuiste primaire afwijzingsgrond.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, en de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.