2.2.Ingevolge het bestemmingsplan “Buitengebied Oldambt” is aan de percelen de bestemming “Agrarisch met waarden” alsmede de dubbelbestemming “Waarde - Geo-morfologie” toegekend. Daarnaast is de gebiedsaanduiding “Waarde – Dijkenlandschap” op de percelen van toepassing.
Ingevolge artikel 4.1 van de planregels van dit bestemmingsplan zijn de voor “agrarisch met waarden” aangewezen gronden bestemd voor:
a. uitoefening van het agrarisch bedrijf;
b. een mestopslagplaats, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding “opslag”;
c. een mestsilo, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding “silo”;
d. een parkeerterrein, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding “parkeerterrein”;
e. cultuurgrond;
f. dagrecreatieve voorzieningen;
g. een fietspad, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van verkeer - fietspad”;
h. LOFAR-radiotelescoop, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van maatschappelijk - radiotelescoop”;
i. waterlopen, parkeervoorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, groenvoorzieningen, straten en paden en bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
alsmede voor:
j. behoud van cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden met dien verstande dat:
1. voor zover de gronden ter plaatse nader zijn aangeduid met “dijkenlandschap” het bepaalde onder j door middel van behoud en herstel van de volgende kenmerken wordt nagestreefd:
- recht wegenpatroon;
- afwisseling tussen groene transparante ontginningslinten en open agrarisch achterland;
- dijkcoupures;
- duisternis;
- waardevolle dorpssilhouetten;
- grootschalige tot zeer grootschalige open gebieden;
- toenemende grootschaligheid richting Dollard;
- plaatselijke reeksen puntsgewijze verdichtingen in de vorm van boerderijen met erfbeplantingen of boomgaarden;
- lijnvormige verdichtingen voornamelijk langs de randen van het gebied;
- vlakke ligging;
- hoofdzakelijk grote akkerbouwpercelen;
- cultuurhistorisch en architectonisch waardevolle bebouwing in de vorm van Oldambtster boerderijen, arbeidershuisjes, bruggen, sluizen en gemalen;
- bebouwing voornamelijk langs (voormalige) dijken.
Ingevolge artikel 38.1 van de planregels van dit bestemmingsplan zijn de voor “Waarde – Geomorfologie” aangewezen gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van het reliëf en de herkenbaarheid daarvan.
Ingevolge artikel 38.2 van de planregels van dit bestemmingsplan mogen, in afwijking van het bepaalde bij de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, op of in deze gronden geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met dien verstande dat dit bouwverbod niet van toepassing is op gronden met de bestemmingen “Agrarisch-Bedrijf”, “Wonen”, “Wonen - Woonboerderij en Bedrijven”.
Ingevolge artikel 38.3 van de planregels van dit bestemmingsplan kunnen burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning verlenen ten behoeve van afwijking van het bepaalde in lid 38.2, mits geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische waarde van het reliëf.