Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 6 juli 2021 in de zaak tussen
de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
het toepasselijk tijdvak
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
Eiseres, een basketbalclub met seizoensgebonden loondienstverbanden, verzocht om een tegemoetkoming op grond van de NOW-3-regeling voor loonkosten in oktober tot december 2020. De Minister kende een subsidie toe op basis van de loonsom in juni 2020, de vaste referentiemaand volgens de regeling. Eiseres betoogde dat juni 2020 niet representatief was en vroeg om september of oktober 2020 als referentiemaand te hanteren.
De rechtbank oordeelde dat artikel 16, derde lid, van de NOW-3-regeling geen hardheidsclausule bevat die afwijking van juni 2020 toestaat, anders dan in specifieke gevallen waarin geen loongegevens van juni beschikbaar zijn. De aanpassing van de eerdere NOW-1-regeling voor seizoensbedrijven rechtvaardigt geen andere uitleg van NOW-3. De regeling is bedoeld als noodmaatregel met generiek karakter om snelle en eenduidige uitvoering te waarborgen.
Het beroep op het verbod van willekeur en het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de Minister zijn bevoegdheid doelmatig en gemotiveerd heeft toegepast. Evenmin werd het evenredigheidsbeginsel geschonden, omdat het belang van uitvoerbaarheid en fraudepreventie zwaarder weegt dan het nadeel voor eiseres. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit over de referentiemaand in de NOW-3-regeling wordt ongegrond verklaard.