ECLI:NL:RBNNE:2021:3348
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Parkeergelegenheid bij attractiepark vormt zelfstandige prestatie voor btw-doeleinden
Eiseres exploiteert een attractiepark en biedt bezoekers tegen vergoeding parkeergelegenheid aan. Zij voerde aan dat deze parkeerdienst een bijkomende prestatie is bij de hoofdprestatie van toegang tot het park en daarom onder het verlaagde btw-tarief valt. Verweerder stelde dat het parkeren een zelfstandige prestatie is die belast wordt tegen het algemene tarief.
De rechtbank nam de feiten over, waaronder de ligging van het park, de bereikbaarheid, het bezoekersgedrag en de resultaten van enquêtes over het gebruik van de parkeergelegenheid. De rechtbank verwees naar het arrest van de Hoge Raad van 7 mei 2021, waarin is vastgesteld dat het geven van parkeergelegenheid doorgaans een zelfstandige prestatie vormt, ook als bezoekers zich gedwongen voelen met de auto te komen.
De rechtbank concludeerde dat ook in deze zaak het parkeren een doel op zich is en niet slechts een middel om van de hoofdprestatie gebruik te maken. De stelling van eiseres dat het parkeren onder het verlaagde tarief valt, werd verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de parkeerdienst wordt belast tegen het algemene btw-tarief.