Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Ook ondergetekende heeft nog eens goed in het dossier gezocht en hierbij gelieve u aan te treffen een kopie van mijn schrijven van 9/9/2016 nummer F/6181 waarin ik nogmaals verzoek uitspraak op bezwaar te doen voor de jaren 2012 en 2013. In de laatst alinea verzoek ik dat schrijven op te vatten als een ingebreke stelling.
Uit de correspondentie met de heer [X] van de belastingdienst Almere blijkt overduidelijk dat het geschil over 2012 en 2013 destijds niet ging over het bestaan van openstaande oude debiteuren, maar over de vraag of er een voorziening gevormd mocht worden die hoger was dan de jaarwinst. De heer [X] stond dus een beperkte voorziening toe voor die oude openstaande debiteuren, maar dat er oude openstaande debiteuren waren stond niet ter discussie.
Achteraf gezien had ik die posten veel eerder af moeten schrijven dan wel een voorziening ervoor moeten treffen. Door de jaren slepende echtscheiding ben ik er blind voor geweest.” De onder 5.1. genoemde beroepsgrond van eiser kan niet slagen.