ECLI:NL:RBNNE:2021:4858
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand na Halt-afdoening minderjarige
Verzoeker, een minderjarige, heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand die hij maakte in verband met een strafzaak die eindigde met een Halt-afdoening. De zaak werd zonder straf of maatregel beëindigd, zonder toepassing van artikel 9a Sr. Verzoeker stelde dat de Halt-afdoening een politiesepot is en dat vergoeding van kosten billijk is.
De officier van justitie verwees naar jurisprudentie waarin de Halt-afdoening wordt beschouwd als een door de verdachte aanvaarde punitieve reactie op een strafbare gedraging, waardoor vergoeding niet op zijn plaats is. De rechtbank overwoog dat de Halt-afdoening inderdaad een punitief karakter heeft en dat geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken die een vergoeding billijk maken.
Op grond van artikel 530 Sv Pro en jurisprudentie werd het verzoek afgewezen. De rechtbank concludeert dat er geen gronden van billijkheid zijn om vergoeding toe te kennen en wijst het verzoek tot vergoeding van €1.047,85 af.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand na Halt-afdoening wordt afgewezen.