ECLI:NL:RBNNE:2021:5473
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending informatieplicht en afwijzing nieuwe aanvraag
Eisers ontvingen vanaf 2016 bijstand. Na een melding over niet gemelde bankrekeningen startte verweerder een onderzoek en schortte de bijstand op vanwege het niet verstrekken van gevraagde bankafschriften. Vervolgens trok verweerder de bijstand per 5 mei 2020 in en herzag de bijstand over de periode 1 mei 2019 tot 4 mei 2020 wegens onjuiste en onvolledige informatie. Tevens werd een bedrag van €14.655,73 teruggevorderd. Eisers dienden bezwaar in, dat ongegrond werd verklaard, waarna zij beroep instelden.
De rechtbank oordeelde dat eisers niet tijdig en volledig de gevraagde bankgegevens hadden verstrekt, waaronder niet gemelde stortingen van €1.700 en €5.000. Eisers erkenden dit, maar maakten niet aannemelijk dat het geld was terugbetaald. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De rechtbank vond dat verweerder terecht de belangenafweging maakte en dat de intrekking en terugvordering op grond van de Participatiewet rechtmatig waren.
Verder wees de rechtbank de nieuwe aanvraag af omdat eisers onvoldoende inzicht gaven in hun financiële situatie, onder meer door het niet overleggen van bankafschriften van alle rekeningen en het ontbreken van bewijs van opheffing van een bankrekening. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking, terugvordering en afwijzing van bijstand wordt ongegrond verklaard.