ECLI:NL:RBNNE:2021:594
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing projectvergunning dierproeven voor onderzoek naar groeisnelheid en telomeerlengte bij wilde kauwen
De zaak betreft twee procedures tegen besluiten van de Centrale Commissie Dierproeven die aanvragen voor projectvergunningen voor dierproeven met wilde kauwen afwezen. De onderzoeken richten zich op de invloed van groeisnelheid op de lengte van telomeren, waarbij groeihormoon IGF-1 wordt toegediend.
In de eerste procedure (LEE 17/3984) oordeelde de rechtbank dat de aanvraag onvoldoende transparant was, omdat niet duidelijk was welke stoffen naast IGF-1 zouden worden gebruikt, waardoor de mogelijke schade voor de dieren niet kon worden beoordeeld. Dit beroep werd ongegrond verklaard.
In de tweede procedure (LEE 19/3305) stelde eiser dat onderzoek in een natuurlijke omgeving noodzakelijk is voor wetenschappelijke validiteit. De rechtbank vond dat eiser dit voldoende had onderbouwd en dat de twijfels van verweerder over de haalbaarheid en wetenschappelijke opbrengst onvoldoende waren gemotiveerd. Het bestreden besluit werd daarom vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
De rechtbank wees ook het griffierecht toe aan eiser en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit werd ongegrond verklaard, het beroep tegen het tweede besluit gegrond verklaard en het tweede besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering.