Verzoekster heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot schadevergoeding wegens een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westerwolde van 6 september 2019. Dit besluit betrof de terugvordering van bijstand over de periode 22 oktober 2016 tot en met 30 april 2017, omdat het UWV had vastgesteld dat verzoekster recht had op een Ziektewetuitkering over diezelfde periode.
De rechtbank heeft beoordeeld dat het besluit in rechte vaststaat, aangezien er geen bezwaar tegen is gemaakt. De rechtbank gaat daarom uit van de rechtmatigheid van het besluit en oordeelt dat er geen sprake is van een onrechtmatig besluit dat schadevergoeding rechtvaardigt. Verzoeksters argument dat het besluit onvolledig is omdat het woord 'herziening' ontbreekt, wordt verworpen omdat dit bij bezwaar hersteld zou zijn.
Daarnaast heeft verzoekster aangevoerd dat er geen hoor en wederhoor heeft plaatsgevonden en dat de gemeente haar zorgplicht niet is nagekomen. Deze grieven leiden niet tot een ander oordeel. Voor zover het verzoek ziet op loonvorderingen in verband met een arbeidsovereenkomst en een werkervaringsplek, verklaart de rechtbank zich onbevoegd omdat dit een civielrechtelijke kwestie betreft.
De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.