Uitspraak
derde-partijheeft aan de gedingen deelgenomen: [belanghebbende]., gevestigd te [plaats], vergunninghoudster,
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft het beroep tegen de omgevingsvergunning milieu voor de uitbreiding van de dagproductie van de gaswinning Weststellingwerf-1 tot 450.000 Nm3 aardgas per dag. Eisers stelden onder meer dat er een MER had moeten worden opgesteld, dat het seismisch risico zou toenemen, dat sprake was van een IPPC-installatie, en dat de emissie van benzeen onvoldoende werd geminimaliseerd.
De rechtbank oordeelt dat eisers sub 1 en sub 2 ontvankelijk zijn als belanghebbenden, mede gelet op de jurisprudentie rondom het Varkens-in-Nood arrest. De rechtbank volgt de StAB en verweerder dat geen MER vereist is omdat de aangevraagde capaciteit onder de drempel blijft, en dat het seismisch risico reeds in het winningsplan is beoordeeld. Ook is geen sprake van een IPPC-installatie.
Ten aanzien van de benzeenemissie oordeelt de rechtbank dat voorschrift C11 onvoldoende invulling geeft aan de minimalisatieverplichting van het Activiteitenbesluit. De rechtbank vernietigt voorschrift C11 en formuleert een nieuw voorschrift met een minimale verwijderingsrendement van 90%. Het beroep van eisers sub 2 wordt ongegrond verklaard. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres sub 1.
Uitkomst: Het beroep van eiseres sub 1 wordt gegrond verklaard voor aanpassing van voorschrift C11 over benzeenemissie; het beroep van eisers sub 2 wordt ongegrond verklaard.