ECLI:NL:RBNNE:2022:3727
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij handhavingsverzoek natuurvergunning
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van gedeputeerde staten van Fryslân tot afwijzing van hun handhavingsverzoek op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) tegen een melkrundveehouderij op een perceel te [plaats]. De procedure kent een uitgebreide voorgeschiedenis met eerdere vergunningen, bezwaren, voorlopige voorzieningen en vernietigingen van besluiten door de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS).
De rechtbank overweegt dat het oorspronkelijke handhavingsverzoek zich richtte op het stilleggen van de bouw van een stal door de vergunninghouder. Eisers wilden dit verzoek mede richten tegen de eerder verleende en onherroepelijk geworden natuurvergunning van 29 maart 2019. De rechtbank stelt echter vast dat het handhavingsverzoek niet kan worden uitgebreid en dat het belang van eisers bij een inhoudelijke behandeling van het beroep is komen te vervallen, mede door de intrekking van de tweede vergunningaanvraag door de vergunninghouder.
De rechtbank concludeert dat eisers geen procesbelang meer hebben bij het beroep tegen het bestreden besluit en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter E.M. Visser op 29 september 2022 en kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Beroep van eisers is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang bij handhavingsverzoek.