In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Noord-Nederland het beroep van Huisartsenpraktijk Noordscheschut tegen het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen behandeld. Het geschil betreft een omgevingsvergunning voor de bouw van een kunstwerk in de vorm van een tram, geplaatst op de hoek van het Zwarte Dijkje en de Tramweg in Noordscheschut.
De vergunning werd verleend ondanks dat het kunstwerk in strijd is met het bestemmingsplan, maar als een 'bouwwerk, geen gebouw zijnde' kon worden aangemerkt. Eiser stelde dat het kunstwerk een gebouw is en dat de vergunning daarom onrechtmatig was. De rechtbank oordeelde echter dat het bouwwerk geen gebouw is vanwege de open constructie en beperkte omsluiting.
Echter, de rechtbank stelde vast dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar de geluidsoverlast die het kunstwerk veroorzaakt, met name door het gebruik als ontmoetingsplek en het geluid van spelende kinderen en hangjongeren. Dit leidde tot een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en werd het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met een zorgvuldige belangenafweging. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.