Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
- het plan op te vatten en/of te bespreken om een persoon, [slachtoffer] , om het leven te (laten) brengen, en/of
- die [medeverdachte 2] te (laten) benaderen en vervolgens aan die [medeverdachte 2] (zakelijkweergegeven) mee te (laten) delen dat [slachtoffer] om het leven gebracht moest worden en/of aan die [medeverdachte 2] te (laten) vragen die [slachtoffer] te doden en/of te (laten) vragen of hij een of meerdere personen wist die [slachtoffer] kon(den) doden, en/of
- de (concrete) uitvoering van dat plan om [slachtoffer] om het leven te (laten) brengen te (laten) bedenken en/of te (laten) bespreken met die [medeverdachte 2] , en/of
- aan die [medeverdachte 2] mee te (laten) delen dat die [slachtoffer] zijn partner, [medeverdachte 3] , mishandelde en/of dat die [medeverdachte 3] een “schijn”aangifte/melding had gedaan bij de politie, om de politie na de moord op een dwaalspoor te zetten, en/of
- die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] 30.000 euro, althans een aanzienlijke geldelijkebeloning, in het vooruitzicht te (laten) stellen, en/of (gedeeltelijk) uit te (laten) betalen, en/of
- een of meerdere foto’s van die [slachtoffer] aan die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] te(laten) verstrekken, en/of
- een of meerdere vuurwapens en/of munitie voor die vuurwapens op te (laten) halen en/of hiervooreen geldbedrag van 600 euro, althans een geldbedrag, te (laten) betalen en/of een of meerdere vuurwapens en/of munitie voor die vuurwapens te (laten) verstrekken aan die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] , en/of
- aan die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] informatie te (laten) verstrekken over hetuiterlijk, de kleding, de verblijfplaats, locatie en/of de gang naar het zwembad in Marum van die [slachtoffer] .
Inleiding
1blijven. De rechter-commissaris toetst daarnaast de betrouwbaarheid van de kroongetuige, waarbij hij in het bijzonder meeweegt in hoeverre het feit dat de getuige (pas) bereid is gebleken een verklaring af te leggen op het moment dat daar een toezegging tegenover staat aan die betrouwbaarheid afbreuk doet. Aangenomen mag worden dat de rechter-commissaris de voorgenomen afspraak onrechtmatig acht indien de kroongetuige door hem niet betrouwbaar wordt bevonden.
2
3Op de strafrechter rust niet de taak en verantwoordelijkheid de rechtmatigheid en de integriteit van het optreden van politie en justitie als geheel te bewaken. De strafrechter is daartoe ook niet in staat.
the proceedings as a whole were not fair”.
4
the proceedings as a whole unfairheeft gemaakt in de zin van artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM). Dat betekent dat geen grond is voor niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, ook niet in samenhang bezien met de overige vastgestelde vormverzuimen, waarop de rechtbank hieronder nog nader zal ingaan. De rechtbank zal het verweer van de verdediging op dit punt daarom verwerpen.
5Daarnaast kan bewijsuitsluiting volgen in de gevallen waarin het gaat om de schending van een ander strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel. In die gevallen geldt als belangrijk uitgangspunt dat de omstandigheid dat de verkrijging van onderzoeksresultaten gepaard is gegaan met een vormverzuim dat betrekking heeft op een ander strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel dan het recht op een eerlijk proces, niet eraan in de weg staat dat die resultaten voor het bewijs van het tenlastegelegde feit worden gebruikt. Is echter sprake van een ernstige schending van een strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel, dan kan onder omstandigheden toepassing van bewijsuitsluiting noodzakelijk worden geacht als rechtsstatelijke waarborg en als middel om met de opsporing en vervolging belaste ambtenaren te weerhouden van onrechtmatig optreden en daarmee als middel om te voorkomen dat vergelijkbare vormverzuimen in de toekomst zullen plaatsvinden. Of daartoe grond bestaat, beoordeelt de rechter aan de hand van de in artikel 359a lid 2 Sv genoemde beoordelingsfactoren en met inachtneming van het uitgangspunt van subsidiariteit.
6In het bijzonder dient de rechter te beoordelen of het vormverzuim zodanig ernstig is dat niet met strafvermindering kan worden volstaan, maar bewijsuitsluiting gerechtvaardigd is. Daarbij moet acht worden geslagen op de negatieve effecten die aan bewijsuitsluiting zijn verbonden, gelet op de zwaarwegende belangen van waarheidsvinding, van de vervolging en berechting van (mogelijk zeer ernstige) strafbare feiten, en in voorkomend geval van de rechten van slachtoffers. Voor het bepalen van de ernst van het vormverzuim kan mede betekenis toekomen aan het verwijt dat aan politie en justitie kan worden gemaakt en aan de omstandigheid dat een vormverzuim zich bij herhaling blijkt voor te doen, maar ook aan de omstandigheid dat door politie en justitie al maatregelen zijn getroffen om (verdere) herhaling tegen te gaan.
7
8
Beoordeling van het bewijs
‘sole and decisive’is. Ook om die reden dienen de verklaringen van [medeverdachte 5] van het bewijs te worden uitgesloten.
9
10Bij de sectie op het lichaam wordt vastgesteld dat het intreden van de dood zonder meer verklaard wordt door verwikkelingen van uitwendig mechanisch perforerend geweld, passend bij één doorschot door de borstkas.
11
12
13en het veroordelend arrest van [medeverdachte 2]
14, dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zich schuldig hebben gemaakt aan het medeplegen van de moord op [slachtoffer] .
15[medeverdachte 2] heeft op zijn beurt, nadat hij onherroepelijk was veroordeeld voor het medeplegen van de moord op [slachtoffer] , de verklaring van [medeverdachte 1] meerdere malen bevestigd en aangegeven dat de opdracht voor de moord inderdaad uit de hoek van de schoonfamilie van [slachtoffer] kwam en dat hij als tussenpersoon fungeerde.
16
17en uit de door CI-officier van justitie mr. Schuurman samengevatte gespreksverslagen van [medeverdachte 5] met de CIE.
18In deze gesprekken heeft [medeverdachte 5] aangegeven dat hij de persoon was die door ‘de echtgenote van’ en haar familie was benaderd om de moord op [slachtoffer] te plegen.
19
20
21[medeverdachte 2] vindt [medeverdachte 1] bereid om [slachtoffer] dood te schieten in ruil voor een geldbedrag.
22Tijdens de ontmoetingen stemmen [medeverdachte 2] en [verdachte] het een en ander omtrent de aanstaande moord af. Ondertussen stelt [medeverdachte 2] [medeverdachte 1] op de hoogte van het plan dat wordt vormgegeven.
23
24en dat hij vervolgens door
25
26
27
28
29
30De wapens betroffen een revolver en een pistool van het merk Walter P met een demper.
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42Het contante geld bestond onder andere uit biljetten van € 50,-, € 100,- en € 200,-. Dit geld was onder meer afkomstig uit de kapperspraktijk van [medeverdachte 3] en de handeltjes van [slachtoffer] . Ook heeft [medeverdachte 3] verklaard dat zij geld aan haar broer [verdachte] had uitgeleend.
43
44
45Ook is gebleken dat zowel [verdachte] als zijn vader [getuige 6] grote (contante) geldbedragen hebben geleend van hun zus respectievelijk dochter [medeverdachte 3] .
46Dat het geld dat voor de moord is betaald via [medeverdachte 3] bij [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] terecht is gekomen past bovendien in de verklaring van [medeverdachte 2] dat [medeverdachte 3] had gezegd voor het geld te zullen zorgen.
47Hieruit is onder meer gebleken dat vooral [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] vanaf maart 2012 veel contact met elkaar hebben, terwijl het contact in de periode daarvoor minimaal is.
- 13:10 uur, [medeverdachte 3] bericht [medeverdachte 4] : “Heb je nog iets gehoord? Wil nu weten waar ik aan toe ben. Anders hoef ik ook niet langer te wachten. Zou gisteren al wat horen, maar weer niks.”;
- 13:12 uur, [medeverdachte 4] bericht [medeverdachte 3] : “Heb nog niks gehoord, hij komt hier straks, ik sms je zo snel ik wat weet, oké”
- 13:22 uur: Nadat [medeverdachte 4] binnen 2 minuten 2 keer belt en 2 keer sms’t met het toestel van [verdachte] , heeft zij bij de derde poging gedurende 65 seconden contact met [verdachte] . - 13:33 uur, [medeverdachte 4] bericht [medeverdachte 3] : “ Hoort vandaag, laat zo gauw mogelijk aan je weten.”
- 13:34 uur, [medeverdachte 3] bericht [medeverdachte 4] : “Oké, moet zsm”
- 13:34 uur, [medeverdachte 4] bericht [medeverdachte 3] : “Heb ik gezegd. Hij sms’t”.
- 17:18 uur, [medeverdachte 3] bericht [medeverdachte 4] : “Als je niks van my hoort, is alles goed. Ik baal alleen wel dat er nog steeds geen andwoord is.”;
- 17:19 uur, [medeverdachte 4] bericht [medeverdachte 3] : “Hoi, zal hem zo bellen of hij je wat stuurt, heb verder ook niks gehoord, sorry.”
- 17:20 en 17:40 uur, [medeverdachte 4] probeert contact te krijgen met [verdachte] .
- 17:57 uur, [verdachte] belt 156 sec. met [medeverdachte 4]
- 18:01 uur, [medeverdachte 4] bericht [medeverdachte 3] : “Is bezig, je hoort”
- 08:50 uur, [medeverdachte 3] bericht [medeverdachte 4] : “Aan het werk vandaag? Nog iets gehoord, ik niet. Zou wel graag willen weten of het wel of niet doorgaat, en wanneer. Hoor het wel.” - 09:01, [medeverdachte 4] bericht [medeverdachte 3] : “Hallo, nee ben vrij vandaag. Heb nog niks gehoord, ga straks ff heen, dan hoor je van me, oké”
- 11.19 uur, [medeverdachte 4] belt 29 sec. met [verdachte] . Telefoon [verdachte] straalt mast in Roden aan.
- 17:56 uur, [medeverdachte 4] belt 130 sec. met [verdachte] .
- 18:57 uur, [medeverdachte 4] bericht [medeverdachte 3] : “Hoi, de vakantie gaat wel door, ga zo gauw mogelijk boeken!!”
- 18:59 uur, [medeverdachte 3] bericht [medeverdachte 4] : “Oké, bedankt gelukkig.”
- 19:02 uur, [medeverdachte 4] bericht [medeverdachte 3] : “Weet nog niet precies wanneer we gaan, maar wel zo snel mogelijk.”
- 13:02 uur, [medeverdachte 3] bericht [medeverdachte 4] : “Weet je al iets meer over de vakantie, anders ryd ik straks by je langs?”
- 13:04 uur, [medeverdachte 4] bericht [medeverdachte 3] : Nee, nog niks gehoord, maar rij maar ff in roden langs, ik moet zo met oma naar t ziekenhuis voor controle!!!”
- [medeverdachte 3] en [verdachte] sturen elkaar over en weer sms-berichten.
- 09:06 uur, [verdachte] belt [medeverdachte 4] gedurende 116 sec.
- 10:22 uur, [medeverdachte 4] bericht [medeverdachte 3] : “Hoi, hoor vanavond meer over de vakantie”
- 10:39 uur, [medeverdachte 3] bericht [medeverdachte 4] : “Oke”
- 10:39 uur, [medeverdachte 4] bericht [medeverdachte 3] : “Je hoort, doei doei x” - 20:31 uur, [verdachte] belt [medeverdachte 4] gedurende 189 sec.
- 20:39 uur, [medeverdachte 4] belt [medeverdachte 3] gedurende 61 sec.
- 19:12 uur, [verdachte] belt met [medeverdachte 4] gedurende 232 sec.
- 20:18 uur, [medeverdachte 4] bericht [medeverdachte 3] : “Vakantie wordt deze week geregeld hoor!!”
- 20:45 uur, [medeverdachte 3] bericht [medeverdachte 4] : “Oké, hoor wel van je. Gr.”
48Ook is uit het dossier gebleken dat het contact tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] vanaf het moment op 17 april 2012 dat [medeverdachte 4] aangeeft dat de ‘vakantie’ deze week wordt geregeld, abrupt afneemt. Er vindt daarna kennelijk ook geen overleg meer plaats over de ‘vakantie’, die dan nog zou moeten plaatsvinden.
Bewezenverklaring
- het plan op te vatten en te bespreken om een persoon, [slachtoffer] , om het leven te brengen, en
- die [medeverdachte 2] te benaderen en vervolgens aan die [medeverdachte 2] mee te delen dat[slachtoffer] om het leven gebracht moest worden en aan die [medeverdachte 2] te vragen die [slachtoffer] te doden en
- de (concrete) uitvoering van dat plan om [slachtoffer] om het leven te brengen te bedenken en tebespreken met die [medeverdachte 2] , en
- aan die [medeverdachte 2] mee te delen dat die [slachtoffer] zijn partner, [medeverdachte 3] ,mishandelde en dat die [medeverdachte 3] een “schijn”aangifte/melding had gedaan bij de politie, om de politie na de moord op een dwaalspoor te zetten, en
- die [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] 30.000 euro, in het vooruitzicht te stellen, en uit tebetalen, en
- foto’s van die [slachtoffer] aan die [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] te verstrekken, en
- vuurwapens en munitie voor die vuurwapens te verstrekken aan die [medeverdachte 2] en[medeverdachte 1] , en
- aan die [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] informatie te verstrekken over het uiterlijk, dekleding, de verblijfplaats, locatie en de gang naar het zwembad in Marum van die [slachtoffer] .