Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 26 juni 2014 het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland vernietigd en in hoger beroep verdachte veroordeeld voor medeplegen van moord. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met een mededader op 10 juli 2012 in de gemeente Marum het slachtoffer met voorbedachten rade heeft doodgeschoten.
De zaak werd uitgebreid onderzocht, waarbij diverse psychiatrische en psychologische rapportages werden betrokken. Hoewel verdachte leed aan een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en borderline trekken en een cannabisverslaving, concludeerde het Pieter Baan Centrum dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar was voor het gepleegde delict. Verdachte had financiële motieven en handelde niet impulsief.
Het hof hield rekening met de ernst van het feit, de impact op nabestaanden en omstanders, en de eerdere veroordelingen van verdachte. Ook werd meegewogen dat verdachte medewerking aan het politieonderzoek verleende en spijt betuigde. De straf van 15 jaar gevangenisstraf werd passend geacht, waarbij de tijd in voorlopige hechtenis in mindering wordt gebracht.