Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[de minderjarige 1] ,
[de moeder] ,
[de vader] ,
Het procesverloop
De feiten
De beoordeling
Kind in proces: van communicatie naar effectieve participatie, WOCD 2020).
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft een verzoek van een minderjarige om het gezag van zijn vader te herstellen, nadat het gezamenlijk gezag eerder was beëindigd vanwege aanhoudende strijd tussen de ouders die een ernstige ontwikkelingsbedreiging voor de kinderen vormde.
De rechtbank ontving een brief van de minderjarige en voerde een gesprek met hem, waarna een mondelinge behandeling plaatsvond met beide ouders en de Raad voor de Kinderbescherming. De feiten tonen dat de ouders gescheiden zijn, de kinderen onder toezicht stonden en het gezamenlijk gezag in 2018 werd beëindigd, waarna de moeder het gezag uitoefende.
De feitelijke situatie is inmiddels veranderd: de minderjarige verblijft overwegend bij zijn vader, die de verzorging en opvoeding feitelijk op zich neemt met instemming van de moeder. De ouders communiceren zonder strijd en werken samen. De Raad adviseert het gezag van de vader te herstellen en de hoofdverblijfplaats bij hem vast te stellen.
De rechtbank oordeelt dat het kind het recht heeft om via informele rechtsingang het gezag te laten herstellen, ondanks het ontbreken van een expliciete wettelijke basis. Gezien de gewijzigde omstandigheden en het belang van het kind wordt het gezag van de vader hersteld en de hoofdverblijfplaats bij hem vastgesteld. Contacten met de moeder blijven flexibel en worden in goed overleg geregeld.
Uitkomst: Het gezag van de vader wordt hersteld en de hoofdverblijfplaats van de minderjarige wordt bij de vader vastgesteld.