Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte] ,
Tenlastelegging
- een of meer van zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of
- zijn tong in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht;
Beoordeling van het bewijs
- Aangeefster heeft, nadat het seksuele misbruik door verdachte was begonnen toen aangeefster 14 jaar was, wel geprobeerd om onder de aanrakingen van verdachte uit te komen door eerst met haar hoofd buiten het bed te gaan hangen en dan verder te schuiven, zodat ze uit bed viel, waardoor verdachte stopte en vroeg of het wel ging.
- Aangeefster wilde niet dat verdachte seksuele handelingen bij haar verrichtte en zij wist dat het niet hoorde, maar zij vond het aan de andere kant ook leuk dat ze aandacht had van iemand. - Als aangeefster tegen verdachte zei dat het niet hoorde, gaf verdachte aan dat ze het toch wel lekker vond en ging hij door. Aangeefster zette dan “een switch om” en beeldde zich dan in dat verdachte iemand anders was.
- Aangeefster durfde niet aan haar moeder te vertellen dat verdachte haar seksueel misbruikte omdat zij bang was dat het haar moeder zou breken omdat haar moeder gelukkig was in de relatie met verdachte.
1. Deze twee aspecten komen echter niet terug in de verklaringen van verdachte bij de politie
2en ter terechtzitting, dit terwijl moeder - die aanvankelijk de verklaringen van aangeefster omtrent het seksueel misbruik door verdachte niet geloofde - er geen enkel belang bij lijkt te hebben om dit te verzinnen.
Bewezenverklaring
- de mond en rug en billen en (tussen de) benen en vagina en de schaamstreek van die [slachtoffer] betast en/of gekust en/of gelikt en
- een of meer van zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en- zijn tong in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en - zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op:
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
Toepassing van wetsartikelen
Uitspraak
De rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden.
een gedeelte, groot 8 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen vaneen of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van hetWetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
- het bedrag van € 10.000,00 (zegge: tienduizend euro) ter vergoeding van immateriële schade;
- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 april 2021 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerleggingvan deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.