Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 mei 2023 in de zaken tussen
[naam 1] , uit [woonplaats] , eiser
de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Minister voor Rechtsbescherming(de Minister).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
Eiser verzocht herziening van boetes opgelegd voor overtreding van de Meststoffenwet in 2010 en 2011, welke door verweerder werden afgewezen. De rechtbank beoordeelt of sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden en of de weigering tot herziening evident onredelijk is. Eiser stelde dat nieuwe feiten bestonden uit de werkwijze van verweerder waarbij informatie werd achtergehouden, maar de rechtbank oordeelde dat rechterlijke uitspraken geen nieuwe feiten zijn en dat deze stelling onvoldoende is om de herziening toe te staan.
De rechtbank volgde het College van Beroep voor het bedrijfsleven in het terughoudend beleid bij herziening van besluiten met formele rechtskracht en concludeerde dat eiser onvoldoende bijzondere omstandigheden had gesteld om het belang van rechtszekerheid te doorbreken. Wel constateerde de rechtbank dat de motivering van de bestreden besluiten niet voldeed aan het motiveringsbeginsel, maar passeerde dit gebrek omdat eiser hierdoor niet benadeeld was.
Daarnaast kende de rechtbank een immateriële schadevergoeding toe van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn van twee jaar, waarbij de overschrijding aan de rechtbank werd toegerekend. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De beroepen werden ongegrond verklaard en de bestreden besluiten bleven in stand.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de herzieningsverzoeken worden ongegrond verklaard, met vergoeding van immateriële schade en proceskosten aan eiser.