Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 mei 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen, (het college)
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
Beoordeling door de rechtbank
Wederzijdse zorg
.Niet is gebleken dat de financiën van eiseres en haar partner op enige andere wijze verstrengeld zijn geweest, anders dan de hiervoor genoemde drie overboekingen die in een tijdsbestek van vier jaar zijn gedaan. De rechtbank is van oordeel dat het college aan de hand van enkel deze drie overboekingen niet heeft kunnen aannemen dat er sprake is geweest van een zodanige mate van financiële verstrengeling tussen eiseres en haar partner, dat op basis daarvan wederzijdse zorg kon worden aangenomen.
Eiseres heeft wel aangegeven wel eens voor haar partner te koken. [10] Daarnaast hebben eiseres en haar partner verklaard samen op vakantie te gaan, maar daarbij werd volgens hen een kostenverdeling gehanteerd die erop neerkomt dat de vakantie door hen beiden werd betaald. [11] De partner betaalde de locatie en eiseres betaalde de nachten. [12] Eiseres en haar partner legden hiervoor allebei geld in een potje. [13] Niet is gebleken dat die verklaring niet juist is en dat eiseres en haar partner hebben bijgedragen in elkaars kosten voor de vakanties. Over de visite heeft eiseres verklaard dat de familie van haar partner zelden langskomt. Vrienden heeft haar partner niet, volgens eiseres. [14] Tot slot heeft eiseres verklaard na de vakantie in 2019 een hond te hebben gekocht. [15] Eiseres heeft verklaard dat zij de hond meestal uitliet. Van februari tot half juli 2021 zou eiseres een vriendin hebben geholpen met de verhuizing. In deze periode heeft de partner ook veel de hond uitgelaten. [16] Dat eiseres en haar partner samen voor de hond hebben gezorgd is naar het oordeel van de rechtbank eveneens onvoldoende onderbouwd.
Gelet op het voorgaande heeft het college niet kunnen concluderen dat eiseres en haar partner een gezamenlijke huishouding voerden vanaf 1 november 2017 tot 18 november 2021. Dit betekent dat het college ten onrechte de uitkering van eiseres heeft ingetrokken over de periode van 1 november 2017 tot 18 november 2021 en de over deze periode verstrekte uitkering ten onrechte heeft teruggevorderd. Het bestreden besluit kan reeds daarom niet in stand blijven. Uit de verklaringen van eiseres en haar partner blijkt dat er medio 2021 voor het eerst sprake is geweest van wederzijdse zorg. De rechtbank heeft deze datum vastgesteld op 1 juni 2021. Het college dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze periode.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.674,-;
- bepaalt dat het college aan eiseres het in beroep betaalde griffierecht van € 48,- vergoedt.