Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 7 juni 2023 in de zaak tussen
de Maatschap [naam maat #1] en [naam maat #2] ,
[bedrijfsnaam]gevestigd te [vestigingsplaats venootschap] , eiseres
Rechtbank Noord-Nederland
Eiseres, een landbouwbedrijf dat melkvee houdt, maakte bezwaar tegen een bestuurlijke boete en de intrekking van haar derogatievergunning 2018 op grond van de Meststoffenwet. De boete was opgelegd vanwege overschrijding van de gebruiksnormen voor dierlijke mest, stikstof en fosfaat. De rechtbank beoordeelde of verweerder de mestvoorraden correct had gewaardeerd en of de intrekking van de derogatievergunning terecht was.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de waardering van de mestvoorraden onjuist was. Verweerder had de begin- en eindvoorraden op juiste wijze forfaitair gewaardeerd, wat in lijn was met het doel van het stelsel van gebruiksnormen om verontreiniging van grond- en oppervlaktewater te voorkomen. De door eiseres voorgestane waarderingsmethode zou tot ongeoorloofde extra gebruiksruimte leiden.
Verder stelde de rechtbank vast dat verweerder terecht had geconcludeerd dat eiseres in 2018 de gebruiksnormen had overschreden en daarom niet voldeed aan de derogatievoorwaarden. De intrekking van de derogatievergunning was daarmee gerechtvaardigd. Ook de stelling van eiseres dat het besluit in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel werd verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de bestuurlijke boete en intrekking derogatievergunning 2018 wordt ongegrond verklaard.