Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eisers], te [plaats], eisers,
het college van gedeputeerde staten van de provincie Fryslan, verweerder,
derde-partijheeft aan het geding deelgenomen: [derde belanghebbende]
Rechtbank Noord-Nederland
Eisers hadden bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van hun handhavingsverzoek jegens een agrarische inrichting die mogelijk in strijd handelde met artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming. Verweerder verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, omdat aan derde-belanghebbende een natuurvergunning was verleend.
De rechtbank oordeelt dat eisers wel degelijk procesbelang hebben bij een inhoudelijke beoordeling van hun bezwaren, omdat zij in de directe nabijheid van de inrichting wonen en het niet zeker is dat de vergunning de overtreding volledig legaliseert. Verweerder had de bezwaren inhoudelijk moeten beoordelen in plaats van niet-ontvankelijk verklaren.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder om opnieuw te beslissen op de bezwaren, met inachtneming van de overwegingen. Tevens oordeelt de rechtbank dat zij niet bevoegd is om te oordelen over schadevergoedingsverzoeken die het bedrag van € 25.000,- overschrijden.
De proceskosten van eisers worden vastgesteld op € 109,56 en het griffierecht van € 181,- wordt vergoed. Verweerder wordt veroordeeld deze kosten te vergoeden.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen op de bezwaren.