ECLI:NL:RBNNE:2024:4688
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek en onbevoegdheid bestuursrechter voor schadevergoeding Wnb
Eisers hebben een handhavingsverzoek ingediend tegen een agrarische inrichting wegens overtreding van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb). Dit verzoek werd door het college van gedeputeerde staten van Friesland afgewezen. Na eerdere procedures en een vernietiging van het besluit op bezwaar door de rechtbank, handhaafde verweerder het primaire besluit in een bestreden besluit. Eisers stelden beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank overwoog dat het relativiteitsvereiste van artikel 8:69a Awb van toepassing is en dat de bepalingen van de Wnb gericht zijn op de bescherming van Natura 2000-gebieden. De woning van eisers ligt circa 7,8 kilometer van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, de Waddenzee, met dorpen en bebouwing ertussen, waardoor dit gebied niet tot hun directe woon- en leefomgeving behoort. Hierdoor strekken de beschermingsbepalingen niet tot bescherming van hun belangen.
Eisers voerden aan dat het relativiteitsvereiste ondergeschikt is aan het zorgvuldigheidsbeginsel en het verslechteringsverbod, en dat hun belangen wel verweven zijn met het algemeen belang omdat zij gebruikers zijn van de Waddenzee. De rechtbank verwierp deze stellingen en stelde dat het relativiteitsvereiste niet aan hen kan worden tegengeworpen.
Daarnaast verzocht eisers om een schadevergoeding van €6.000.000,-, maar de rechtbank oordeelde dat zij niet bevoegd is om over een schadevergoeding boven €25.000,- te beslissen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde zich onbevoegd ten aanzien van de schadevergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt ongegrond verklaard en de rechtbank is onbevoegd om over de gevraagde schadevergoeding te oordelen.