Uitspraak
derde-partijheeft aan het geding deelgenomen: [vergunninghouder]
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde het beroep van eisers tegen het besluit van 16 oktober 2021 waarbij een natuurvergunning werd verleend voor de wijziging van een geitenmelkveehouderij op een perceel te [plaats]. Eisers stelden dat het besluit onbevoegd was genomen en voerden diverse procedurele en inhoudelijke bezwaren aan, waaronder het extern salderen.
De rechtbank stelde vast dat het besluit rechtsgeldig was ondertekend door de bevoegde teamleider omgevingszaken, zodat het bezwaar tegen onbevoegdheid faalde. Vervolgens paste de rechtbank het relativiteitsvereiste toe en oordeelde dat de belangen van eisers onvoldoende verweven waren met het algemene natuurbeschermingsbelang, mede omdat het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, de Waddenzee, op circa 7,8 kilometer afstand lag zonder direct zicht vanuit de woning van eisers.
Hierdoor konden eisers zich niet op de beschermingsbepalingen van de Wet natuurbescherming beroepen en kon het beroep niet leiden tot vernietiging van het besluit. Ten slotte wees de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af wegens onbevoegdheid, omdat het gevraagde bedrag de bestuursrechtelijke competentie overschreed. Het beroep werd ongegrond verklaard en de vergunning bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de natuurvergunning wordt ongegrond verklaard en de rechtbank is onbevoegd om over schadevergoeding te oordelen.