ECLI:NL:RBNNE:2023:5066
Rechtbank Noord-Nederland
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WW-uitkering wegens te late aanvraag binnen wettelijke termijn
Eiseres diende op 20 april 2022 een aanvraag in voor een WW-uitkering met ingang van 1 oktober 2020. Het UWV wees deze aanvraag af omdat deze niet binnen de vereiste termijn van 26 weken na de eerste werkloosheidsdag was ingediend. Eiseres maakte bezwaar, dat eveneens werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep en stelde vast dat eiseres de aanvraag te laat had ingediend.
Eiseres voerde aan dat haar werkgever haar onrechtmatig minder had laten werken, dat de startdatum van het contract onjuist was vastgesteld en dat het sluiten van maandcontracten tijdens haar zwangerschap nietig was. De rechtbank achtte deze argumenten onvoldoende om af te wijken van de strikte toepassing van de wettelijke termijn. Volgens vaste jurisprudentie is onbekendheid met de regelgeving geen grond voor een bijzonder geval dat afwijking rechtvaardigt.
De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht heeft afgezien van uitbetaling van de WW-uitkering over de periode 1 oktober 2020 tot en met 31 januari 2021. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de WW-uitkering wordt niet toegekend wegens te late aanvraag.