Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift, ingekomen op de griffie op 5 december 2022;
- het verweerschrift, ingekomen op de griffie op 30 december 2022;
- de nagezonden producties 18 tot en met 23 van de zijde van [verweerster] ;
- de nagezonden productie 104 van de zijde van RENN 4;
- de mondelinge behandeling van 11 januari 2023, waarbij van de zijde van RENN4 zijn verschenen [de voorzitter College van Bestuur] , [het lid College van Bestuur] , bijgestaan door mr. Frons. Ook is [verweerster] verschenen, bijgestaan door mr. Bezema. Mr. Frons heeft (mede) het woord gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen, die hij heeft overgelegd. De griffier heeft aantekening gehouden van wat ter zitting is besproken.
2.De feiten
3.Het verzoek
primair verwijtbaar handelen (e-grond), subsidiair een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond) en meer subsidiair een combinatie van omstandigheden (i-grond), omdat in alle gevallen redelijkerwijs niet van RENN4 kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Daarbij verzoek RENN4 om [verweerster] te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met rente.
4.Het verweer en het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek
primairtegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen.