ECLI:NL:RBNNE:2024:115
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling last onder bestuursdwang tot tijdelijke sluiting bedrijfspand wegens drugsaanwezigheid
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van de burgemeester om zijn bedrijfspand tijdelijk te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege de aanwezigheid van drugs en illegaal vuurwerk. De politie trof tijdens een inval grote hoeveelheden hard- en softdrugs aan, wat leidde tot de sluiting van het pand voor twaalf maanden. Na bezwaar werd de sluitingsduur verkort tot vijf maanden en zeven dagen.
De rechtbank oordeelde dat de burgemeester bevoegd was het pand te sluiten, ongeacht of eiser zelf betrokken was bij de overtredingen. De aanwezigheid van handelshoeveelheden drugs maakte de sluiting gerechtvaardigd. De maatregel was geschikt en noodzakelijk ter bescherming van het woon- en leefklimaat in de kwetsbare woonwijk.
De rechtbank vond de sluiting ook evenwichtig, ondanks dat eiser stelde voldoende toezicht te hebben gehouden en de huurovereenkomst had ontbonden. De financiële gevolgen voor eiser wogen niet zwaarder dan het algemeen belang bij sluiting. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat het besluit niet onrechtmatig was herroepen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder bestuursdwang tot sluiting van het pand wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.